Het licht moet blijven branden

Auteur: Mick van Zandvliet & Milou de Roo

Zit u regelmatig in het donker door een stroomstoring? Nee? Gelukkig maar, want dat zou best eens het toekomstbeeld kunnen worden als er niet snel genoeg aanpassingen in ons energienet gedaan worden. De energietransitie brengt grote veranderingen in ons energienet met zich mee.

Het komt u vast niet onbekend voor: “Nederland moet van het gas af”. De doelstelling is dat Nederland in 2050 energieneutraal is. Met de afname van het gebruik van gas wordt de vraag naar elektriciteit groter. Denk maar eens aan de hoeveelheid elektrische apparaten die gebruikt worden,  de toename in elektrisch vervoer en het gebruik van elektriciteit om woningen te verwarmen. Daarnaast verschuift het energie-aanbod  van traditionele, centrale opwekking naar duurzame en decentrale opwekking waarbij gebruikers ook zelf elektriciteit produceren en terugleveren aan het net. Er komen steeds meer zonnepanelen, warmtepompen en windturbines. Zo werd in 2017 een recordaantal zonneparken geplaatst en de verwachting is dat deze trend zich de komende jaren alleen maar doorzet.

Deze veranderingen in vraag en aanbod hebben een enorme impact op ons energienet. Zon- en windenergie zijn veel wisselvalliger, dus moet het energienet flexibeler worden. Daarnaast worden de pieken in de netbelasting hoger. Denk hierbij aan de toenemende hoeveelheid elektrisch vervoer: bij thuiskomst van de werkdag gaat iedereen tegelijk de auto opladen. Smart charging kan een oplossing bieden. Het komt er op neer dat netbeheerders meer moeten doen om het spanningsniveau op peil te houden en overbelasting van het net te voorkomen. Tevens neemt de vraag naar nieuwe aansluitingen en bijbehorende netverzwaringen toe. Om de leveringszekerheid te behouden zijn nieuwe verbindingen met meer capaciteit nodig. Onze netbeheerders staan de komende jaren voor een grote uitdaging; ervoor zorgen dat het energienet betrouwbaar is en blijft. Helaas is dit niet de enige uitdaging waar de netbeheerders voor staan de komende jaren. Er is ook een groot tekort aan technisch personeel. De combinatie van de grote hoeveelheid werk en het tekort aan personeel leidt ertoe dat de wettelijk vastgestelde aansluittermijn van 18 weken niet altijd gehaald wordt.

Het groeiende tekort aan technisch geschoold personeel is echter niet alleen een probleem van de netbeheerders. In heel Nederland is een tekort aan technisch personeel. Er wordt gekeken naar zij-instromers en het volledig opleiden van personeel, ook zonder technische opleiding of achtergrond. Wellicht is het een mogelijkheid de komende jaren een gedeelte van de gasmonteurs (intern) om te scholen tot elektramonteurs. Ook gasmonteurs zullen de komende jaren nodig zijn.

Met man en macht wordt door onze netbeheerders gezocht naar een oplossing voor de verwachte hoeveelheid werkzaamheden in combinatie met het tekort aan technisch personeel. De problemen rondom de hoeveelheid werk kunnen naar onze mening niet alleen opgelost worden door meer technisch personeel, maar vragen ook om een verandering van bedrijfsprocessen en de bedrijfscultuur. Een bedrijfscultuur van continue verbetering waarin iedere medewerker kijkt naar zijn eigen processen door de ogen van de klant. Waar verspillen wij tijd, resources en materialen? Slimmer en efficiënter werken door verspillingen te elimineren en fouten te voorkomen zijn hierin zeer belangrijk. Elimineer die activiteiten die geen waarde toevoegen en verkort de doorlooptijd van de processen. Slimmer werken, niet harder werken.

Dit klinkt makkelijker dan het in werkelijkheid is. Verandering van bedrijfsprocessen en zeker een bedrijfscultuur van continue verbetering kost tijd, energie en constante aandacht van de gehele organisatie. Deze investering zal zichzelf uiteindelijk terugbetalen omdat er meer werk verzet kan worden met dezelfde mensen. Want wat doen we als ‘meer’ technisch personeel ook niet voldoende is? Moeten we dan in het donker zitten bij een stroomstoring? En hoe lang gaat dat dan duren?